Verplichte mediationclausule

Tegenwoordig is het redelijk gebruikelijk om een mediationclausule op te nemen in overeenkomsten en contracten. Zo’n clausule houdt in dat bij verschil van mening of een rijzend conflict eerst wordt geprobeerd om er in mediation uit te komen voordat een advocaat in de arm wordt genomen die een procedure start. Het lijkt logisch dat je je dan aan zo’n gemaakte afspraak voelt gehouden. Op 12 juli 2024 heeft de Hoge Raad een belangrijk arrest voor de praktijk gewezen1. De uitspraak kadert de uitleg van het verplichtende karakter van de mediationclausule.

Welk kader geeft de Hoge Raad?

De Hoge Raad oordeelde dat een mediationclausule juridisch afdwingbaar kan zijn. Als in een contract of een overeenkomst is afgesproken eerst mediation te beproeven, wordt de reikwijdte van die plicht en daarmee de vraag wanneer een persoon of een bedrijf haar medewerking aan het mediationtraject mag beëindigen, een kwestie van uitleg, zo stelt de Hoge Raad.

Daarnaast heeft de Hoge Raad kader geschapen hoe een rechter in een procedure kan omgaan met een verplichtende mediationclausule. In dat geval mag de rechter op verzoek de procedure aanhouden. Als de rechter echter meent dat de zaak spoedeisend is of omdat het in redelijkheid niet van partijen gevraagd kan worden om mee te werken aan mediation, is het aan de rechter om hierover een beslissing te nemen. In eerdere rechtspraak2 hanteerde de Hoge Raad geen algemeen kader en besliste hij dat het partijen te allen tijde vrijstond om zich van deelname aan mediation te onthouden (- ook als dit contractueel was afgesproken -). De uitspraak van 12 juli 2024 biedt houvast en impliceert dat een vooraf overeengekomen mediationclausule verplichtingen voor partijen schept. Hierdoor wordt de verplichtende mediationclausule in haar kracht versterkt.

Voor de praktijk

Nadat de Hoge Raad zich in juli 2024 uitsprak over het verplichtende karakter van de mediationclausule hebben verschillende rechtbanken en hoven uitleg gegeven aan het arrest van 12 juli 2024. De algemene conclusie luidt dat in elke zaak de reikwijdte van de overeengekomen mediationclausule wordt beoordeeld en/of partijen zich voldoende hebben ingezet om tot mediation te komen. Als dat aantoonbaar is terwijl de mediation toch niet start is de partij die een gerechtelijke procedure start ontvankelijk in zijn of haar verzoek.

Verder is het aan te bevelen om in elk contract of overeenkomst waarin de plicht om eerst mediation te beproeven de tekst zo concreet mogelijk te maken. Als de verplichting tot mediation duidelijk in het contract is opgenomen, volgen partijen deze makkelijker op. Ook als één van hen mediation “niet ziet zitten”.

mr ir Wilma de Jongh

A&S advocaten Ede

wdejongh@aens.nl

1 HR 12 juli 2024, ECLI:NL:HR:2024:1078

2 (HR 20 januari 2006, ECLI:NL:HR:2006:AU3724)

Gerelateerde artikelen

Over ouderlijk gezag en vaccineren

Over ouderlijk gezag en vaccineren

Ouderlijk Gezag Ouders hebben op grond van wet het ouderlijk gezag over hun minderjarige kinderen. Kinderen zijn tot het bereiken van de 18-jarige leeftijd minderjarig. Tijdens het huwelijk oefenen ouders het gezag samen uit. Na echtscheiding blijven de ouders het...

Lees meer
A&S Advocaten is verhuisd naar Ede

A&S Advocaten is verhuisd naar Ede

A&S Advocaten is verhuisd naar een nieuwe, centraal gelegen locatie: Kantorenpark Hora in Ede. Met deze verhuizing zetten wij een volgende stap in de verdere professionalisering en toegankelijkheid van ons kantoor. De nieuwe huisvesting biedt duidelijke voordelen...

Lees meer